Josefine van der Heijde

Tekst: Josefine van der Heijde

Dirigent Massimo Raoul Beckers brengt vergeten Nederlandse componisten weer tot leven

“Graag zou ik als dirigent bij een professioneel orkest aan de slag gaan, waarin ik mijn vaardigheden kwijt kan. Ik denk dat ik meer kan dan wat ik nu doe. Ik houd vooral van grote symfonieën die bijvoorbeeld drie kwartier duren. Daarbij moet je de spanning heel bewust opbouwen zodat het niet saai wordt. Op dit moment studeer ik op de derde symfonie van Brahms voor het Amsterdams Studenten Orkest. Mijn ambitie is om dit grote muziekstuk zo uit te voeren dat het publiek van begin tot eind geboeid blijft.” Massimo raoul dirigent

Foto: Kijk eens naar het vogeltje fotografie

Dirigent Massimo Raoul Beckers brengt vergeten Nederlandse componisten weer tot leven

“Mooi dat Beethoven en Brahms zo beroemd zijn, maar er is nog zoveel meer!”



Massimo Raoul Beckers wordt geboren in Sankt Gallen in Zwitserland. Als kind luistert hij tijdens het tekenen al naar klassieke muziek. Op negenjarige leeftijd verhuist hij met het gezin naar Nederland en start met pianolessen. Vele andere muziekinstrumenten volgen. Na een master musicologie gaat hij naar het conservatorium waar hij zich richt op het componeren van muziek. Maar als hij een keer mag dirigeren is hij verkocht: “Als dirigent heb je een prachtig overzicht over de muziek en het orkest.”

Op een regionale nieuwssite valt mijn blik op een aankondiging van een zomerconcert door het Orkest van de Utrechtse Heuvelrug. Dit orkest onder leiding van Massimo Raoul Beckers speelt muziek van vergeten Nederlandse componisten. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik besluit te gaan luisteren.

Het concert is verrassend, afwisselend en indrukwekkend. Muziekstukken van beroemde internationale en vergeten Nederlandse componisten wisselen elkaar af. Al luisterend vraag ik mij af hoe dit idee is ontstaan. En wat de rol van de dirigent in de aanloop naar het concert is. Tijd voor een gesprek met Massimo Raoul Beckers over zijn werk en leven als dirigent.

‘Als kind luisterde ik naar Classic Hits for Kids’

Je groeide op in een Nederlands gezin in Zwitserland. Kan je iets vertellen over je kindertijd?

“Als kind luisterde ik vaak naar klassieke muziek terwijl ik tekende. Mijn ouders hadden de cd Classic Hits for Kids voor mij gekocht met muziek van onder andere Tsjaikovski. Daar luisterde ik graag naar. Op de basisschool in Zwitserland was veel aandacht voor muziek, meer dan in Nederland. Mijn leraar speelde gitaar in de klas en alle kinderen gingen na schooltijd naar blokfluitles. Toen wij in Zwitserland woonden, voelde ik mij zowel Nederlands als Zwitsers. Mijn ouders spraken gewoon Duits, maar ik sprak Zwitserduits, de taal van de streek. Op zesjarige leeftijd wilde ik graag op gitaarles en ging met mijn moeder naar de open dag van de muziekschool. Daar kregen we helaas te horen dat mijn handen nog te klein waren om gitaar te spelen.”
 

Het maakt me niet uit of ik later veel geld verdien, als ik maar met muziek bezig kan zijn’

Op zijn negende verhuist Massimo met het gezin naar Maastricht. Daar begint hij met pianoles en later gitaarles. Gitaar spelen vindt hij meteen geweldig. Zijn hele middelbareschooltijd is verweven met muziek maken. Hij probeert veel instrumenten uit, maar de liefde voor de gitaar blijft. Wanneer hij zijn diploma van de middelbare school haalt wordt aan hem gevraagd een korte speech te schrijven. Hij schrijft: “Het maakt me niet uit of ik later veel geld verdien, als ik maar met muziek bezig kan zijn.” 

Foto’s: Jasmijn de Graaff


Welke opleidingen heb je na de middelbare school gedaan?

“Ik begon met een bachelor Arts & Culture aan de Universiteit van Maastricht. Deze opleiding vond ik interessant, maar het was vooral een goed excuus om met muziek bezig te zijn. Ik speelde jazz, funk en rock in bandjes waarmee we ook cd’s uitbrachten. Na mijn bachelor deed ik een master musicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daar ontdekte ik steeds meer mijn liefde voor de symfonische en klassieke muziek. Ook begon ik zelf te componeren.”  

‘Mijn grote voorbeeld was Frank Zappa’



Uiteindelijk ben je naar het conservatorium gegaan. Was het moeilijk om toegelaten te worden?

“Voor het toelatingsexamen moest ik van alles laten zien en horen: theorie, componeren, musiceren, improviseren en solfège (gehoortraining). Doordat ik al jaren met muziek bezig was had ik veel kennis en ervaring, dus daar rolde ik vrij gemakkelijk doorheen. Op het conservatorium voelde ik mij al snel thuis.”

Hoe kwam je ertoe om te gaan dirigeren?

“Eerst richtte ik mij op componeren. Ik leerde bladmuziek en partituren bestuderen. Aan het eind van het eerste jaar had ik voor een examen een stuk geschreven in een moeilijke maatsoort. Ik had medestudenten van de afdelingen klassiek, jazz en improvisatie gevraagd om bij elkaar te komen en het stuk uit te voeren. De klassieke violisten vonden de maatsoort lastig om te spelen. Daarom besloot ik zelf de maat aan te geven. Dat was mijn eerste ervaring met dirigeren en mijn interesse was meteen gewekt. Ik besloot extra vakken in deze richting te volgen. Mijn grote voorbeeld was muzikant, componist en dirigent Frank Zappa. Met eenvoudige gebaren wist hij een groots effect te bereiken.”

“In mijn examenjaar op het conservatorium mocht ik ook instromen in het laatste jaar van de meerjarige dirigentenopleiding. Daar moesten we elke week zeven muziekstukken leren en uitvoeren. Als cursisten vormden we samen een koor dat we om de beurt dirigeerden. Om deze intensieve dirigentenopleiding naast het conservatorium te doen was pittig. Maar ik voelde wel dat ik in deze richting verder wilde.”

‘De muziek zit nu niet meer in mijn vingers, maar in mijn hoofd’

Speel je op dit moment zelf een instrument?

“Gitaarles geef ik nog steeds. Maar de laatste tijd speel ik niet veel meer. Ik ben vooral bezig met bladmuziek bestuderen. De muziek zit nu niet meer in mijn vingers, maar in mijn hoofd.”

Aan welke orkesten ben je als dirigent verbonden?

“Ik ben dirigent van het Amsterdams Studenten Orkest. Dat is een symfonieorkest voor studenten en werkende jongeren dat wekelijks repeteert. De voertaal is Engels. Bij dit orkest zijn een goede sfeer en gezelligheid net zo belangrijk als muziek maken. Daarnaast heb ik in 2024 het Orkest van de Utrechtse Heuvelrug opgericht om muziek van vergeten Nederlandse componisten uit te voeren. Ook ben ik dirigent van het orkest van het Notenkrakerfestival, een festival in Kerstsfeer dat elk jaar in december in Baarn wordt gehouden. Samen met balletdansers brengen we het verhaal van de Notenkraker tot leven. Bovendien ga ik in september met het Barnevelds Kamerorkest aan de slag. Daarnaast val ik vaak in als dirigent voor andere ensembles en orkesten. Een nieuw orkest voor je neus houdt je fris. Je weet van tevoren niet wat ze in huis hebben.”

Dirigent Massimo Raoul Beckers
Foto: Rafal Nowicki

‘Met de muziek van deze vergeten componisten kan ik musici én publiek verrassen’

Met het Orkest van de Utrechtse Heuvelrug speel je muziek van vergeten Nederlandse componisten. Hoe kwam je op dat idee?

“Wanneer je leest over muziek, kom je naast de namen van beroemde componisten als Beethoven en Brahms ook namen van Nederlandse componisten tegen, zoals Gerard von Brucken Fock, Adriaen Valerius en Philip Loots. De muziek van deze componisten wordt niet meer uitgevoerd, terwijl die zeer waardevol is.”

“Vaak waren deze componisten in hun tijd wel bekend. Neem Gerard von Brucken Fock (1859-1935). Hij werd door de beroemde Noorse componist Edvard Grieg ‘de Nederlandse Chopin’ genoemd. Kijk, het is mooi dat Beethoven en Brahms zo beroemd zijn, maar er is nog zoveel meer. Met de muziek van deze vergeten componisten kan ik musici én publiek verrassen. We hebben nu vier concerten gegeven en gaan volgend jaar weer verder.”

‘Het is spannend om onbekende muziek uit te voeren. Bij het concert hoor je pas echt hoe het klinkt’

“In ons zomerconcert van 2026 hebben we de drie Gnomendansjes van Gerard von Brucken Fock uitgevoerd, drie compleet verschillende korte muziekstukken. Het leuke is dat deze nog nooit eerder zijn uitgevoerd. Wij hadden de primeur. In het voorjaar van 2025 speelden we de tweede symfonie van Philip Loots. Deze was 110 jaar geleden voor het laatst uitgevoerd. Het spannende bij onbekende muziek is dat je moet onderzoeken of het de uitvoering waard is. Daar vorm je je van tevoren een beeld van, maar eigenlijk hoor je tijdens het concert pas echt hoe de muziek klinkt. Om het voor de musici en het publiek wat toegankelijker te maken, combineer ik bij elk concert bekende en onbekende muziekstukken.”

Wat spreekt jou aan in je rol als dirigent?

“Ik vind het heerlijk om diep in de muziek te duiken. Als je een instrument speelt ben je bezig met één lijntje in het orkest. Als dirigent heb ik overzicht over het geheel. In de voorbereidingsfase bestudeer ik de bladmuziek intensief. Daarna komt de repetitiefase waarin ik samenwerk met het orkest om de muziek steeds mooier te laten klinken. Dat proces vind ik interessant. Daarnaast vind ik het fijn om er op een positieve manier voor te zorgen dat de musici het beste uit zichzelf halen.”

Hoe reageer je als de muziek tijdens een concert minder goed klinkt dan je zou willen?

“Natuurlijk vind ik dat niet leuk, maar ik kan er goed mee omgaan. De musici doen hun best. Soms zitten de omstandigheden niet mee en is het bijvoorbeeld te koud of te warm om prettig te kunnen spelen. Daar leg ik mij bij neer. Wel vind ik het in zo’n geval lastig om een luid applaus van het publiek in ontvangst te nemen. Dan denk ik: Is dit oprecht of is het beleefdheid?”

‘Wat ik naast de muziek doe? Eh, dat is een interessante vraag!’

Heb je voor jezelf een carrièreplan uitgestippeld?

“Het lijkt mij heel fijn om een plan te hebben, maar de dirigentenwereld is niet zo doorzichtig. Kansen moeten je gegund worden. Sociale vaardigheden zijn daarbij erg belangrijk. Ik heb dus geen plan, maar wel een sterke drang om vooruit te komen. Mede daarom heb ik zelf het Orkest van de Utrechtse Heuvelrug opgericht.”

Wat vind je leuk om te doen naast de muziek?

“Eh, dat is een interessante vraag! Mijn vrouw zegt vaak dat het goed zou zijn als ik een hobby zou zoeken. Dan zeg ik dat ik al een hobby heb, namelijk lezen en documentaires kijken. Maar ik moet wel toegeven dat die vooral over muziek gaan (lacht). Daarnaast ben ik graag met onze katten bezig en houd ik erg van uitgebreid tafelen. De Italiaanse keuken is mijn favoriet. C’est tout!”

Wat is je droom voor de toekomst?

“Graag zou ik als dirigent bij een professioneel orkest aan de slag gaan, waarin ik mijn vaardigheden kwijt kan. Ik denk dat ik meer kan dan wat ik nu doe. Ik houd vooral van grote symfonieën die bijvoorbeeld drie kwartier duren. Daarbij moet je de spanning heel bewust opbouwen zodat het niet saai wordt. Op dit moment studeer ik op de derde symfonie van Brahms voor het Amsterdams Studenten Orkest. Mijn ambitie is om dit grote muziekstuk zo uit te voeren dat het publiek van begin tot eind geboeid blijft.”

Zie voor meer informatie: https://massimoraoulbeckers.com

DOWNLOAD DIT INTERVIEW ALS PDF

Meer verhalen

Cateraar Eurice van Oeijen verrijkt feesten en festivals met wereldse smaken

Eurice van Oeijen wordt geboren in Beira, een havenstad in Mozambique. Als kind kijkt ze met grote interesse naar de kookkunsten van haar moeder en tante. Hierdoor geïnspireerd vertrekt ze op 21-jarige leeftijd naar Portugal om een opleiding tot chef-kok te volgen. Na in Zuid-Afrika en weer in Mozambique gewoond te hebben, vestigt zij zich met haar gezin in Nederland. Hier runt zij met steun van haar man cateringbedrijf Nanana’s Kitchen.

Spelontwerper Niels Pieterse vindt inspiratie in de natuur

Niels Pieterse speelt als kind graag bordspellen en maakt er eigen versies van. Na de middelbare school gaat hij theaterwetenschappen studeren en wordt dramaturg. In die rol draagt hij bij aan het succes van theatervoorstellingen en een korte film. Daarna geeft hij les aan een theateropleiding. Maar wanneer deze opleiding wordt wegbezuinigd, gooit hij het roer om. Hij gaat zich helemaal richten op zijn oude liefde en wordt spelontwerper.