Jurriaan van Roon wist als kind al waar zijn toekomst lag
‘Als een magneet naar de vioolbouw getrokken’
Voor Jurriaan van Roon is vioolbouw geen werk maar een levenskeuze. Met hart en ziel bouwt en repareert hij violen, zowel voor amateurs als professionele musici. Het is geen eenvoudig beroep, maar Jurriaan voelt zich een rijk mens: “In dit vak combineer ik mijn liefde voor hout en muziek.”
“Kom binnen!” zegt Jurriaan van Roon als hij de deur opent van zijn vioolzaak in Amersfoort. De vitrinekasten in de sfeervolle ontvangstruimte staan vol violen. Het is avond, de winkel is gesloten. In een keukentje achter de ontvangstruimte zet hij thee en legt zorgvuldig de stukjes gevulde speculaas op een schaaltje. Alle tijd voor een gesprek over zijn werk en leven als vioolbouwer.
Hoe ben je tot dit beroep gekomen?
“Als kind werkte ik al graag met mijn handen. Ik tekende veel en hield ervan om met hout te knutselen. Mijn moeder was heel muzikaal. Mede daardoor speelde ik viool. Eigenlijk wilde ik cello spelen, maar een cello was voor mijn ouders te duur. De viool was dus eigenlijk mijn tweede keus.
Op de lagere school kon ik mijn draai niet vinden. Het was saai en de dagen duurden eindeloos. Drie jaar lang had ik dezelfde juf. Zij had een goede algemene kennis en wist dat ik viool speelde. Ze vertelde mij over Stradivarius, de beroemde Italiaanse vioolbouwer. Ik dacht: Hout, muziek: Eureka! Er is een uitweg uit dit saaie leven!”

Naam: Jurriaan van Roon
Geboren: 1962 in Baarn
Persoonlijk: getrouwd met Martine, drie uitwonende kinderen
Woonplaats: Amersfoort
Opleiding: Kunstacademie en Vioolbouw
Beroep: Vioolbouwer en -restaurateur
Je was toen nog een kind. Hoe wist je welke stappen je moest zetten om het vak te leren?
“Omdat ik viool speelde hadden wij contact met een vioolbouwer in Amsterdam. Mijn vader nam mij mee naar deze man om hem het een en ander te vragen over zijn beroep. Als verlegen kind vond ik het spannend. ‘Kunt u iets zeggen over uw beroep?’, vroeg ik hem. De vioolbouwer stak zijn duimen achter de revers van zijn jasje, staarde over mij heen in de verte, en zei: ‘Dat is allemaal nostalgie.’ Verder zei hij niets. Waarom hij niets wilde vertellen, weet ik niet. Wel herinner ik mij dat ik erg teleurgesteld was over deze afwerende reactie. Daarna gingen we naar een adresje in de Jordaan. Ook deze vioolbouwer wimpelde ons af. Pas bij het derde adres troffen wij een aardige man die ons wat meer wilde vertellen over zijn vak.
Toen ik een tijdje later een nieuwe snaar voor mijn viool nodig had kwam ik bij de vioolwinkel van Joost en Trip van der Grinten in Amersfoort. Zij hadden een schitterende werkplaats. Ze vroegen mij om een dagje met hun mee te lopen. Ook leende Joost mij één van zijn meest dierbare boeken uit. Hij vertelde dat ik eerst een driejarige opleiding voor vioolbouw zou moeten doen en daarna ‘Wanderjahre’ moest maken: op meer plekken praktijkervaring opdoen.”
Wie was Joost van der Grinten?
“Joost van der Grinten was een beroemd man. Hij was architect, hoogleraar en later ook vioolbouwer. In Delft heeft hij de faculteit Industriële Vormgeving opgezet. Van der Grinten had een enorme kennis en was verbaal sterk. Als hij je serieus nam, dan had je daar wat aan. Hij zag dat ik brandde van verlangen om vioolbouwer te worden en stimuleerde mij daarbij. Zijn vrouw hielp mij ook waar ze kon. Zij gaven mij een thuis als vioolbouwer.”
Hoe vond je het op de middelbare school?
“Het begon ermee dat ik mijn Cito-toets slecht maakte. Daarna klapte ik dicht bij de toelatingstoets voor het Lyceum. Op de middelbare school voelde ik mij compleet verloren. De school kon mij niet bieden waaraan ik behoefte had. Ik wilde met mijn handen werken en mooie dingen maken.”
Na de middelbare school gaat Van Roon naar de Koninklijke Kunstacademie in Den Bosch. Hij studeert monumentale vormgeving en bloeit op. De docenten zijn inspirerend en hij voelt zich thuis tussen zijn artistieke medestudenten. Maar intussen blijft de wens om vioolbouwer te worden aan hem knagen. Daarom werkt hij volle zaterdagen bij Van der Grinten. Daar bouwt hij zijn eerste viool en verschillende vedels. Zo doet hij de praktijkervaring op die nodig is om toegelaten te worden tot de opleiding voor vioolbouwer aan het West Dean College in Engeland. Zijn eerste baan is bij Van der Grinten. Deze adviseert Van Roon om een volgende carrièrestap te zetten in het buitenland. Van Roon is dan 26 jaar en reist rond in Europa op zoek naar een nieuwe baan. Dat levert hem drie opties op. Hij kiest voor het gerenommeerde vioolbouwbedrijf Edward Withers Ltd. in Londen, waar hij een aantal jaren met plezier werkt en veel leert over het vak.
‘Ik had een prachtbaan in Londen. Het was niet mijn ambitie om een eigen zaak te hebben’
Waarom kwam je weer terug naar Nederland?
“Terwijl ik in Londen werkte, kwamen Joost en Trip van der Grinten met de mededeling dat ze gingen stoppen met hun vioolbouwatelier. Ze vroegen mij om hun zaak over te nemen. Ze hadden vijf vioolbouwers in de familie, maar geen van hen wilde de zaak overnemen. Ik was niet meteen enthousiast, want ik had een prachtbaan in Londen en wilde daarna op meer plekken in de wereld werken. Bovendien had ik niet de ambitie om een eigen zaak te hebben. Ze hebben een jaar moeten wachten op mijn antwoord. Ten slotte heb ik na lang wikken en wegen ja gezegd. Eigenlijk was ik nog te jong, maar het kon net. Wel spraken we af dat ik eerst een jaar bij hen in loondienst zou komen om te zien hoe zij de zaak runden. Zo hebben we nog een jaar samengewerkt. Van der Grinten was een beroemd man en ik een nobody. Het was dus belangrijk dat hij mij introduceerde bij zijn relaties. Gelukkig heb ik een groot deel van de klantenkring kunnen behouden.”
‘Mijn ouders waren bezorgd toen ik dit vak koos’
Wat vonden je ouders ervan dat jij vioolbouwer werd?
“In mijn familie kwamen geen vioolbouwers of ondernemers voor. Voor mijn ouders was het iets compleet nieuws en zij waren bezorgd. Het leek hen een lastig vak in een moeilijk te doordringen wereld. Ze vreesden dat ik geen gemakkelijk leven zou krijgen.
Mijn ouders hadden wel gelijk dat het geen eenvoudig beroep is. Maar doordat het zo goed bij mij past, voel ik mij ‘als een vis in het water.’ Ik besef dat ik veel geluk heb, want ik zie veel mensen worstelen met hun werk.”
Welke eigenschappen heb je nodig om een goede vioolbouwer te zijn?
“Je moet heel goed en precies met je handen kunnen werken en een sterk muzikaal gehoor hebben. Maar ook kunstzinnige aanleg speelt een rol. Ik noem vioolbouw altijd een ‘kunstzinnig ambacht.’ Een viool moet niet alleen mooi klinken, maar er ook mooi uitzien. Verder zijn nieuwsgierigheid en historische interesse belangrijk. Naast violen heb ik ook oude typen strijkinstrumenten gebouwd, zoals viola da gamba’s en vedels. Dan moet je weten hoe die in het verleden gemaakt werden.
Eén van de moeilijkste kanten van mijn vak is om de waarde van de instrumenten en strijkstokken te bepalen, wat nodig is voor de verzekering. Om dit goed te kunnen doen moet je door de jaren heen duizenden instrumenten zien en beoordelen. Daarbij horen reizen naar het buitenland. Ook is het nodig om de uitgebreide vakliteratuur hierover te bestuderen. Het is een typisch ‘diepte-kennisgebied’. Hoe meer je erover leert, hoe meer je ook beseft wat je nog niet weet.”
Werken er nog meer mensen in het bedrijf?
“Mijn echtgenote Martine werkt al jaren mee in het bedrijf. Vooral de laatste jaren is haar rol groter geworden, sinds wij geen personeel meer hebben. Zij neemt de telefoon aan, maakt afspraken en doet het meeste administratieve werk. Zij is afgestudeerd als fysiotherapeut en deze kennis komt goed van pas. Sommige violisten hebben moeite met de lastige houding die hoort bij vioolspelen. Martine kan hen hierover prima adviseren.”
‘In de praktijk ben ik vooral violendokter’
Het klinkt alsof je veel plezier hebt in je werk.
“Ja, na het weekend ga ik altijd weer enthousiast aan de slag. Het geeft mij een goed gevoel dat ik mensen aan een passend instrument kan helpen of hun instrument kan opknappen. Daarin kan ik het verschil maken. In de praktijk ben ik nu vooral ‘violendokter’. Aan het bouwen van instrumenten kom ik nauwelijks toe door de grote stroom aanvragen voor restauraties. Een viool bouwen kost ongeveer 100 tot 150 uur en je moet ongestoord kunnen doorwerken. Die tijd heb ik meestal niet.”
Heb je ook internationale contacten?
“Ja, een paar jaar geleden nam ik deel aan een congres in Linz rond Jacobus Stainer, een Oostenrijkse vioolbouwer uit de 17e eeuw. Alle vioolbouwers uit Duitstalige landen waren daar bijeen. Het is voor mij inspirerend om vakgenoten uit andere landen te ontmoeten. Ook uit mijn Engelse periode heb ik nog contacten. We staan voor elkaar klaar als dat nodig is.”
Wat is het meest bijzondere dat je hebt meegemaakt in je loopbaan?
“Aan het begin van mijn loopbaan had ik een oud type strijkinstrument gebouwd: een viola da gamba. Freek Borstlap gaf mij les op dit instrument. Hij was verbonden aan het Conservatorium van Tilburg. In deze periode ging ik een keer naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar stonden muziekinstrumenten met geluidsbanden ernaast die de muziek van het instrument lieten horen. Toen ik bij de viola da gamba keek, vroeg een medewerker of ik weleens had gehoord van het Henry Jaye Consort. Dit was het beroemdste viola da gamba ensemble ter wereld, genoemd naar de 17e-eeuwse vioolbouwer Henry Jaye. De muziek op de geluidsband was prachtig. Vele jaren later tijdens mijn opleiding aan het West Dean College gaf het Henry Jaye Consort een masterclass op mijn school. Ik mocht meespelen, maar had geen instrument. Mijn zelfgebouwde viola da gamba had ik namelijk net verkocht. Tot mijn grote geluk mocht ik op een originele Henry Jaye uit de 17e eeuw spelen, samen met het Henry Jaye Consort. Een bijzondere ervaring.”
Waar ben je het meest trots op, Jurriaan?
“Ik kreeg een keer een oude Franse viool in handen die flink beschadigd was. Hierdoor was de waarde natuurlijk enorm gedaald. Nadat ik een grote restauratie had uitgevoerd, werd mij gevraagd om de waarde van de viool opnieuw te bepalen. Dat heb ik gedaan. Daarna ging de eigenares met de viool naar een expert in Parijs. Hij schatte de waarde 20 procent hoger in dan ik. Hij maakte grote complimenten voor de in zijn ogen uitstekende restauratie. Natuurlijk had ik mijn beste kennis en kunde ingezet, maar het was fijn om deze bevestiging te krijgen van de meest kritische expert op dit gebied.
Ook heb ik een keer een viool gerestaureerd die zwaar gehavend was door een aanrijding. De echtgenoot van de eigenares was per ongeluk met zijn auto achteruit tegen de vioolkist aangereden. De viool vertoonde scheuren, maar het is mij gelukt om hem weer helemaal op te knappen. Dat gaf mij veel voldoening.”
‘Als tiener reisde ik al alleen van Baarn naar Amsterdam om naar het Concertgebouw te gaan’
Wat doe je zoal in je vrije tijd?
“Regelmatig sluit ik als violist aan bij wisselende ensembles van ervaren musici voor een optreden. We oefenen dan een paar keer, treden op en gaan daarna weer uit elkaar. Zo treed ik binnenkort op bij de Utrechtse Bachcantatediensten in de Geertekerk. Ik ben een ervaren vioolspeler, maar ben bewust geen beroepsmusicus geworden. De druk die daarbij komt kijken, lijkt mij niet prettig. Tekenen doe ik ook graag. In een open atelier werk ik aan tekeningen, linosnedes en etsen.
Om naar te luisteren spreken klassieke muziek en jazz mij het meest aan. Klassieke muziek is zo’n gouden wereld. Je ontdekt steeds iets nieuws als je een stuk vaker beluistert. Als kind hield ik al van klassieke muziek. En als tiener reisde ik al alleen van Baarn naar Amsterdam om naar het Concertgebouw te gaan. Vooral muziek van Bruckner vond ik mooi.”
Je koos dit beroep als kind. Hoe kijk je er nu tegenaan?
“Vioolbouw zie ik niet zozeer als mijn beroep. Het is eerder a way of life. Ik doe wat ik het liefste doe: met mijn handen werken en met muziek bezig zijn. Ook de contacten zijn waardevol. De klanten die naar mijn atelier komen zijn heel verschillend: van jong tot oud en van amateur tot supertalent. Als kind werd ik als een magneet naar de wereld van de vioolbouw getrokken. Waar ik op mijn tiende van droomde, is werkelijkheid geworden.”


